Gedrag en opvoeding

Veel van de dieren die als huisdier bij mensen wonen, zijn gedomesticeerde dieren. Dat betekent dat ze al vele, vele  generaties lang op bepaalde eigenschappen gefokt worden, die voor de mens van belang zijn. De afstand tussen een wolf en een hond, een tijger en een kat is heel groot en in gedrag nauwelijks meer te overbruggen.

Bij een papegaai ligt dat anders. Een papegaai is niet gedomesticeerd en niet geselecteerd op eigenschappen die de mens goed uitkomen. Een papegaai is dus eigenlijk nog een wild dier en gedraagt zich ook vaak zo. Dat betekent dat er een speciale aanpak nodig is, een benadering door de eigenaar, die anders is dan bij honden, katten of andere gedomesticeerde dieren.

Daarnaast is een papegaai een hoogintelligent dier. Het intelligentieniveau is vergelijkbaar met dat van een kind van een jaartje of 4. Ook dat vereist het een en ander van de eigenaar, om het gedrag van de papegaai als huiskamervogel in goede banen te leiden. Onder dit tabblad is daarover veel informatie te vinden. Niet alleen over (on)natuurlijk gedrag van een papegaai. Maar ook over de opvoeding die daarvoor nodig is.