Cloaca swabs bij papegaaien

Artikel geschreven door specialiserend vogelarts Richard Baeke.

Binnen een consultatie hoort wat mij betreft een cloacaswab. Met deze swab controleert men de aanwezigheid van evt. parasieten en bacteriën in de cloaca van een vogel. Nu zijn er over de hele wereld verschillende meningen over het nut en de interpretatie van deze cloaca swab.

Allereerst hebben de meeste vogels 2 “caeca” (blinde darm) waar bacteriën een functie hebben (flora). Deze vogels met een caecum zullen hierdoor altijd bacteriën in de einddarm hebben en dus zul je deze in een swab altijd aantreffen. Bepaalde vogels, waaronder papegaaiachtigen, hebben geen caeca en dus hebben ze deze bacteriële populatie niet. Met een swab zou er maar heel beperkt bacteriën aangetoond moeten kunnen worden.
Op het moment dat er bij een swabname microscopisch bacteriën aangetroffen worden, moet er dus een interpretatie volgen of dit van belang is voor het dier. Dit is dan weer van verschillende dingen afhankelijk.

Het belangrijkst is natuurlijk of het om een zieke of een gezonde vogel gaat. Een zieke vogel kan ziek zijn van een bacterie en deze kan dan evt. in de cloaca gevonden worden. Een vogel kan ook op het oog gezond zijn, maar omdat vogels niet goed laten zien dat ze zich ziek voelen, kan het zo zijn dat het dier wel degelijk ziek is. Als laatst kan een vogel wel een bacterie bij zich hebben, maar hier helemaal niet ziek van zijn.

Ook maakt het uit hoe de bacterie populatie die gevonden wordt eruit ziet. Bij een zogenaamde “mengcultuur” van (veel ) verschillende soorten bacteriën, is de kans minder groot dat het dier er ziek van is. Is er 1 bacterie die de overhand heeft en heel veel voorkomt (monocultuur), dan is het risico dat deze bacterie voor problemen zorgt ook wat groter.

Als laatst moet men rekening houden met het feit dat het soms niet lukt om een steriele swab ook daadwerkelijk 100% steriel in de cloaca te krijgen en er weer uit te halen. Er kan wat ontlasting aan de veren rondom de cloaca zitten en de veren kunnen net even tegen de swab aankomen. Uiteraard wordt er getracht de swab zo steriel mogelijk in te brengen en uit te strijken, maar dit kan wel eens minder goed lukken. Het is logisch dat er dan dus ook bacteriën van buiten de cloaca op de swab komen. (contaminatie)

Op het moment dat er bacteriën gevonden worden, rijst de vraag of er dan een behandeling plaats moet vinden. Met name hierover zijn verschillende dierenartsen/vogelspecialisten over de hele wereld het niet eens, er is dan ook niet 1 eenduidig advies hieromtrent en voor elke mening valt dan ook wat te zeggen. Wat wél belangrijk is, is dat er niet zomaar te pas en te onpas antibiotica gegeven moet worden. Problemen met resistentie (ongevoeligheid) van een bacterie voor antibiotica is een gevolg van het teveel, te vaak en niet juist toepassen van antibiotica. (dit geldt overigens voor alle dieren!)

Wat veel specialisten vinden is dat er bij een niet zieke vogel, met wél wat bacteriën in de swab en waarbij de bacteriën in een mengcultuur voorkomen, het zeker niet nodig is om antibiotica te geven. Aan de andere kant staat de zieke vogel, waarbij er (veel) bacteriën in een monocultuur aangetoond worden. Deze vogel komt zeker in aanmerking voor een antibiotica behandeling. Het best gebeurd dit dan op basis van een kweek en antibiogram (=gevoeligheidstest), zodat de juiste behandeling gegeven kan worden.

Veel dierenartsen kiezen er op basis van het argument dat er geen bacteriën in de cloaca aanwezig mogen zijn wel voor om de eerste bovengenoemde groep aangezuurd drinkwater aan te bieden. Het aanzuren van drinkwater met bijvoorbeeld appelazijn is een bewezen methode om bacteriële besmetting tegen te gaan, zonder risico’s van resistentie of het toedienen van medicatie. Of dit dan continu, 1x per week of 2 à 3 x per maand moet gebeuren, is ook weer heel erg afhankelijk van de ervaring van de eigenaar, kweker of dierenarts. Het aanzuren wordt geadviseerd in een concentratie van 15 ml per liter drinkwater. Naast appelazijn kunnen er ook andere verzurende middelen gebruikt worden als citroenzuur of commerciële mengsels. Er moet wel rekening gehouden worden met een mogelijke verminderde kalkopname en evt. verminderde kweek, wat uiteraard enkel van belang is voor kwekers.

Naast ziekte zijn er nog meer factoren die mee kunnen spelen in het wel of niet aanwezig zijn van bacteriën in de cloaca van de vogels waarbij dit eigenlijk niet wenselijk is. Uiteraard speelt voeding een grote rol. De “commerciële” zaaddieten, waar veel vogeldierenartsen geen voorstander van zijn, lijken wel degelijk een effect te hebben op het voorkomen van de bacteriën. Dit kan primair door de voeding an sich, maar ook kan het komen doordat een vogel verminderde weerstand of tekorten aan vitamines heeft, als de vogel al een lange tijd op dergelijke zaaddieten staat.
Ook hygiëne speelt een grote rol. De schone kooi, speeltjes en verzorging van het dier zorgen natuurlijk ook voor een wel of niet groter risico. Denk hierbij ook aan de mate waarin een vogel zichzelf verzorgt. Aandoeningen of ziektes kunnen ervoor zorgen dat een vogel zichzelf minder goed kan verzorgen.

Kortom, puur alleen een swab van de cloaca zegt niet zoveel. Er moet gekeken worden naar de reden van swabname, de omstandigheden van het dier en wat er precies in de swab te zien is. Het kan hierdoor zo zijn dat bij eenzelfde beeld van de swab, het ene dier wel behandeld wordt en het andere dier niet. Het kan ook verstandig zijn om na een periode de swab eens te herhalen, want het blijft natuurlijk ook een momentopname.